Geen vraag te gek
088 973 06 00

Compensatie voor wijziging minimum jeugdloon

Het kabinet heeft een wetsvoorstel naar de Tweede Kamer gestuurd voor verhoging van de minimum jeugdlonen en daarbij is nu ook een compensatieregeling opgenomen voor werkgevers.

De aanpassing van de jeugdlonen willen ze doen door de grens voor toepassing van het Wettelijk Minimumloon (WML) in twee stappen te verlagen van 23 jaar naar 21 jaar. Tegelijkertijd zullen de jeugdlonen vanaf 18 jaar worden verhoogd.

In onderstaande tabel kun je zien wat de twee stappen betekenen voor de uurlonen. De jeugdlonen worden uitgedrukt als percentage van het WML. Hierbij is het WML per 1 juli 2016 bij een 38-urige werkweek als uitgangspunt genomen. Bij een 37-urige werkweek liggen deze minimum uurlonen iets hoger.

In dit nieuwsbericht wordt kort uitgelegd wat deze wijziging inhoudt. 

Compensatieregeling

Op aandringen van INretail en de werkgevers in de sectoren die hard worden getroffen - zoals de detailhandel - is er een compensatieregeling opgenomen, waarvoor in totaal € 100 miljoen gereserveerd is. De compensatie gaat ‘Minimumjeugdloonvoordeel’ heten en dient ter compensatie van de hogere jeugdlonen tussen 18 en 21 jaar. Alle verloonde uren komen in aanmerking voor deze compensatie.

Het uitgangspunt voor de compensatieregeling is dat deze zo eenvoudig mogelijk in de uitvoering moet zijn. Daarnaast geldt de regeling alleen voor werkgevers die daadwerkelijk een stijging zien in hun loonkosten. Dit heeft tot gevolg dat de compensatie op individuele basis plussen en minnen zal kennen.

Ook relevant in de situatie is dat op 1 januari 2017 de wet Tegemoetkoming Loondomein van kracht wordt. Deze wet voorziet in een nieuwe loonkostensubsidie die van toepassing is op lonen tussen de 100% en 125% van het wettelijk minimumloon. Deze loonkostensubsidie wordt LageInkomensVoordeel (LIV) genoemd.

Omwille van de eenvoud is er voor de compensatieregeling aangesloten bij de systematiek van deze andere loonkostensubsidie LIV. Het UWV bepaalt daarbij achteraf op basis van de loonaangifte de hoogte van de subsidie en keert deze automatisch uit aan de werkgever ná het einde van het kalenderjaar.

Een 22-jarige zit na de eerste stap (tabel 1) op het maximale wettelijk minimumloon, waardoor de werkgever recht heeft op de reguliere loonkostensubsidie LIV. Dat heeft als nadeel dat er bij de LIV een minimum urencriterium geldt van 1248 uur op jaarbasis, ofwel beloning van gemiddeld 24 uur per week. Datzelfde geldt overigens voor 21-jarigen na stap twee.

Het UWV verstrekt begin maart aan werkgevers een overzicht van de werknemers die voldoen aan de voorwaarden van de tegemoetkoming op grond van de loonaangiften over het voorgaande kalenderjaar. De laatste loonaangifte moet uiterlijk op 1 februari van het daaropvolgende kalenderjaar zijn ingediend. Op basis daarvan zal vervolgens de beschikking worden vastgesteld.

De voorgestelde compensatieregeling is complexer dan de LIV. Naast het uurloon is bijvoorbeeld ook de leeftijd nu van belang. Dit heeft gevolgen voor de uitvoering van het UWV. Daarom zal de compensatieregeling pas per 1 januari 2018 worden toegepast en dus niet al direct vanaf de verhoging van de jeugdlonen per 1 juli 2017. Dat wordt weer gecompenseerd door in 2018 eenmalig 150% subsidie uit te keren. Deze eerste compensatie over 2018 wordt wel pas in 2019 uitbetaald.

Minimum Jeugdloon Voordeel

Voor 18- tot en met 21-jarigen wordt er per kalenderjaar bekeken of het gemiddelde uurloon binnen een vastgestelde bandbreedte valt. Deze bandbreedte is nodig om rekening te houden met fulltime contracten van 36 t/m 40 uur. Op basis daarvan wordt compensatie toegekend, een vast bedrag per uur per leeftijdscategorie.

Daarbij wordt er gekeken naar de leeftijd van de medewerker die in de loonaangifte moet worden meegezonden. De leeftijd op 1 januari is bepalend voor de hoogte van het mogelijke subsidiebedrag. Er wordt achteraf gekeken hoeveel het gemiddeld uurloon was, wat afhankelijk is van de verjaardag van de jonge medewerker en dus verschillend uit kan pakken.

Voor 21-jarigen is de bovengrens zodanig vastgesteld om overlap met de reguliere LIV te voorkomen. De bovengrens leidt ertoe dat een klein deel van de 21-jarigen buiten deze compensatie zal vallen.

Zodra het wetsvoorstel is aangenomen is duidelijkheid te geven over de hoogte van de compensatie, dus bovenstaande tabel geeft slechts een voorlopige inschatting.

Reguliere LIV

Voor 22-jarigen geldt het wettelijk minimumloon en wordt de compensatie geacht via de reguliere LIV te lopen.  Als we ervan uitgaan dat het gemiddeld uurloon voor het jaar tussen de 100% en 110% ligt, dan geldt een loonkostensubsidie van €1,01 per verloond uur met een maximum van € 2.000. Daarboven geldt tot 120% een subsidie van €0,51 met een maximum van € 1.000

In tabel 2 zijn de nu begrote subsidiebedragen opgenomen op basis van de cijfers die nu bekend zijn. Doordat er een maximum is gesteld aan het budget dat ter compensatie beschikbaar is, kunnen de bedragen ook lager uitpakken.

De compensaties zijn bepaald op basis van een vastgesteld budget. Als de grondslag zou worden verkleind, dan kan de compensatie omhoog. Denk daarbij aan een mogelijke uitzondering die is voorgesteld voor BBL (Beroeps Begeleidende Leerweg), waar INretail overigens geen voorstander van is.

Loontabel Mode per 1-7-2017 en per 1-7-2019

Loontabel Schoenen & Sport per 1-7-2017 en per 1-7-2019

Loontabel Wonen per 1-7-2017 en per 1-7-2019

Deze loontabellen geven op basis van de loontabel per 1-7-2016 inzicht in de stijging van de uurlonen en het recht op compensatie via het minimum jeugdloonvoordeel of de LIV. Zo valt ook te zien dat in sommige gevallen het uurloon niet omhoog gaat, maar wel recht op compensatie bestaat.

Delen