Geen vraag te gek
088 973 06 00

Vergoeding

Een werknemer met een dienstverband van minimaal 2 jaar heeft recht op een transitievergoeding bij beëindiging of niet-verlenging van zijn arbeidsovereenkomst op initiatief van de werkgever.

De vergoeding bedraagt:

  • 1/6 maandsalaris per 6 maanden voor de eerste 10 dienstjaren en een 1/4 maandsalaris per 6 maanden voor de andere jaren.
  • De vergoeding is gemaximeerd tot € 77.000 bruto, of een jaarsalaris als dat hoger is.
  • Bij ernstige verwijtbaarheid van de werknemer is geen transitievergoeding verschuldigd, bij ernstige verwijtbaarheid van de werkgever kan de werknemer aanspraak maken op een aanvullende vergoeding (naast de transitievergoeding).

Je bent geen vergoeding verschuldigd bij:

  • vrijwillige opzegging door de werknemer
  • een beëindiging van het dienstverband met werknemer tot 18 jaar met een arbeidsomvang tot 12 uur per week
  • bij een beëindiging van het dienstverband met een werknemer vanwege het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd.
  • bij een beëindiging van het dienstverband met een werknemer die de AOW-gerechtigde leeftijd al heeft bereikt.

Je bent wel een vergoeding verschuldigd bij beëindiging van het dienstverband met een werknemer wegens langdurige arbeidsongeschiktheid.

Een werknemer dient binnen 3 maanden na beëindiging van het dienstverband aanspraak te maken op de vergoeding (vervaltermijn).

Overgangsrecht
Kleine MKB-werkgevers (minder dan 25 werknemers) mogen tot 01 januari 2020 dienstjaren gelegen voor 01 mei 2013 buiten beschouwing laten voor berekening transitievergoeding, ingeval het ontslag is ingegeven door de slechte financiële situatie waarin werkgever verkeert.

Wanneer is er dan een slechte financiële situatie?

Indien:

  1. het netto resultaat van de onderneming van de werkgever over de drie boekjaren voorafgaand aan het boekjaar waarin de aanvraag wordt ingediend kleiner is geweest dan nul;
  2. de waarde van het eigen vermogen van de onderneming van de werkgever, als bedoeld in het Besluit modellen jaarrekening, negatief was aan het einde van het boekjaar voorafgaand aan het boekjaar waarin de aanvraag wordt ingediend; en
  3. binnen de onderneming van de werkgever aan het einde van het boekjaar dat eindigt voorafgaand aan het boekjaar waarin de arbeidsovereenkomst waarin de aanvraag wordt ingediend, de waarde van de vlottende activa kleiner is dan de schulden met een resterende looptijd van ten hoogste een jaar.

Voor oudere werknemers (vanaf 50 jaar en minimaal 10 jaar in dienst) geldt tot 01 januari 2020 de volgende formule:

De vergoeding bedraagt:

  • 1/6 maandsalaris per 6 maanden voor de eerste 10 dienstjaren en een ½ (i.p.v. ¼)  maandsalaris per 6 maanden voor de andere jaren.
  • De vergoeding is gemaximeerd tot € 77.000 bruto, of een jaarsalaris als dat hoger is.

Loonbegrip transitievergoeding
Het loonbegrip ten aanzien van deze vergoeding is anders dan ten aanzien van de aanzegtermijn. Naast het ‘kale’ loon telt voor de transitievergoeding ook meer:

  • 1/12de van het vakantiegeld
  • 1/12de van de eindejaarsuitkering (als de werknemer hierop recht zou hebben binnen 12 maanden als de arbeidsovereenkomst was voortgezet)
  • 1/12de van de vaste looncomponenten die de werknemer heeft ontvangen in de laatste 12 maanden. Loon dat niet afhankelijk is van het functioneren van de werknemer en het resultaat van de onderneming: toeslagen, al dan niet structureel.
  • 1/36ste van de variabele looncomponenten in de laatste 36 maanden. Loon dat wel  afhankelijk is van het functioneren van de werknemer en het resultaat van de onderneming: bonussen, winstuitkeringen. Als het dienstverband korter dan 36 maanden heeft geduurd, dan telt de duur van het dienstverband.
     
  • Andere looncomponenten dan de genoemde tellen niet mee.
  • Voor de duur van het dienstverband van een werknemer met een wisselende arbeidsomvang tellen   de periodes mee die de werknemer niet heeft gewerkt door vakantie, verlof, ziekte en dergelijke.
Delen