NOW 3

NOW 3, 4 & 5

Vanaf 6 mei 2021 tot en met uiterlijk 30 juni is het mogelijk om de NOW 5 aan te vragen.

Voor elke kwartaal kan er een beroep op de NOW worden gedaan. NOW 4 ziet op de loonkosten van januari, februari en maart. De voorwaarden om in aanmerking te komen lijken op de voorgaande NOW-regelingen.

Wat hetzelfde blijft is dat de gemiddelde omzet van 2019 (over een periode van 3 maanden) wordt vergeleken met een referentieperiode. Als uitgangspunt voor het voorschot geldt voor alle drie de tijdvakken de loonsom van juni 2020.

Er zijn ook enkele wijzigingen ten opzichte van de eerdere regelingen. De mogelijkheid is gecreëerd om in een tijdvak de loonsom licht te laten dalen, zonder dat dit leidt tot verlaging van het subsidiebedrag. Ook zijn er aanvullende voorwaarden met de betrekking tot scholing van personeel.

Hieronder wordt de nieuwe NOW regeling schematisch weergegeven:


NOW 3NOW 4NOW 5
Periode:1 oktober tot en met 31 december 20201 januari tot en met 31 maart 20211 april tot en met 30 juni 2021
Vereiste omzetdaling:20%20%20%
Maximale vergoedingspercentage:80% van de loonsom85% van de loonsom85% van de loonsom
Opslagpercentage:40%40%40%
Loonsomvrijstelling:10%10%10%
(Beoogde) aanvraagperiode:16 november tot en met 13 december15 februari 2021 tot en met 14 maart 20216 mei 2021 tot en met uiterlijk 30 juni 2021

Hoogte vergoeding

De twee belangrijkste criteria voor de bepaling van de hoogte van de subsidie zijn de omzetdaling en de loonsom.

De omzetdaling:

In een tijdvak moet het minimale omzetverlies 20% zijn om in aanmerking te komen voor subsidie.

De wijze van het berekenen van omzetdaling blijft gelijk aan de NOW 1 en 2: de omzetdaling wordt bepaald door een vierde van de omzet van 2019 te vergelijken met de omzet in een door de werkgever te kiezen periode van drie maanden. Voor NOW 5 kan er worden gekozen voor drie perioden: april t/m juni, mei t/m juli of juni t/m augustus.

Net als in de eerdere NOW-regelingen kan per tijdvak worden aangegeven over welke periode de omzetdaling moet worden berekend, waarbij de startdatum altijd op de eerste van de maand moet liggen en de kalendermaand moet vallen binnen de desbetreffende tijdvak. De omzetperiode begint derhalve altijd uiterlijk op de eerste dag van de derde kalendermaand binnen een tijdvak.

Indien er al een aanvraag is ingediend voor NOW-4 en de subsidie is verleend, dient de periode van omzetdaling voor het vierde tijdvak van NOW-5 aan te sluiten op die periode van omzetdaling waarvoor in NOW-4 subsidie is aangevraagd. Dit geldt ook voor de andere tijdvakken in de NOW-3. Indien er aanspraak wordt gemaakt op de NOW-subsidie in opeenvolgende tijdvakken, dienen de omzetperiodes dus op elkaar aan te sluiten.

Welke periode?

Zoals gezegd ziet de NOW 5 op de periode van april tot en met juni. Maar je mag een afwijkende omzetperiode doorgeven: als je NOW 4 hebt aangevraagd moet NOW 5 verplicht daarop aansluiten en als je die niet hebt aangevraagd kan je kiezen tussen april t/m juni, mei t/m juli of juni t/m augustus.

Om in aanmerking te komen moet er 20% omzetdaling zijn in de gekozen periode ten opzichte van een gemiddelde kwartaalomzet van 2019.

Voor de aanvraag is het goed om na te gaan wat verstandig is en op welke wijze de NOW goed in de meeste steun kan voorzien.

Een berekening maken kan via deze link: Rekenhulp Simulatie NOW (vierde aanvraagperiode)

De loonsom

Wat betreft de bepaling van de loonsom geldt dus dat de voorschotten zullen worden gebaseerd op de loonsom van juni 2020. Er is gekozen voor één referentiemaand, in plaats van drie verschillende maanden.

Indien de polis administratie voor de maand juni 2020 niet gevuld is wordt uitgegaan van de loonsom van april 2020.

Loonsomvrijstelling

Werkgevers krijgen binnen de NOW-3, 4 en 5 de mogelijkheid hun loonsom tijdens de subsidieperiode met een bepaald percentage te laten dalen ten opzichte van juni 2020, zonder dat dat gevolgen heeft voor de subsidie. Het vrijstellingspercentage van de loonsom is 10%. Dit betekent bijvoorbeeld dat als de loonsom van oktober tot en met december 2020 ( derde tijdvak) ten opzichte van driemaal de loonsom van juni 2020 is gedaald met maximaal 10%, dit geen effect heeft op de hoogte van de subsidie. Als de loonsom meer dan 10% is gedaald, wordt de subsidie lager vastgesteld op het teveel gedaalde deel. Als de loonsom in de derde tijdvak (1okt-31 dec 2020) bijvoorbeeld is gedaald met 20%, is de loonsom met 10% ‘teveel’ gedaald. In dat geval wordt de subsidie alleen over die 10% lager vastgesteld en niet over de gehele daling van 20%. Voor elke euro die teveel is gedaald ten opzichte van de referentieperiode, ontvangt de werkgever resp. 80 of 85 cent minder subsidie, afhankelijk van de betreffende tijdvak.

Voorbeeld: voor de NOW 3 was de loonsom in juni 2020 referentiemaand voor de loonsom € 1.000.000 en het verwachte omzetverlies is 50%. Dat zou leiden tot een subsidie van € 1.680.000, waarvan 80% als voorschot is uitgekeerd. Uiteindelijk blijkt het loon in oktober t/m december € 2.500.000, ofwel € 500.000 lager dan verwacht. De originele loonsom is voor 10 procent (€300.000) vrijgesteld van korting bij daling, wat betekent dat het resterende bedrag waarover een korting wel geldt € 200.000 is. Voor die € 200.000 heeft de werkgever € 224.000 subsidie gekregen. Daarom wordt de subsidie verlaagd met € 224.000 euro.

(Berekening subsidie: 50% omzetverlies x € 1.000.000 x 3 maanden x 1,4 (opslag werkgeverslasten) x 0,8 (percentage vergoeding van 80%) = € 1.680.000. 10% vrijstelling van € 3.000.0000 is € 300.000. Berekening subsidieverlaging: € 200.000 x 1,4 x 0.9.

Maximum dagloon

In alle tijdvakken is de tegemoetkoming gemaximeerd op twee maal het maximum dagloon (€ 9691 per maand).

in de NOW, ook in 2021, blijft een verbod gelden op het uitkeren van bonussen, dividenden en inkoop van eigen aandelen.

Ontslag onder de NOW 3, 4 en 5

In de NOW-regeling worden de kortingen geschrapt die golden binnen de NOW-1 en 2 ten aanzien van het doen van een aanvraag tot ontslag van een werknemer om bedrijfseconomische omstandigheden. Ten eerste vervalt in de NOW-regeling de korting van 5% op het gehele subsidiebedrag als de werkgever bij grotere ontslagaanvragen geen overeenstemming heeft bereikt met de belanghebbende vakbonden of, bij gebreke daaraan, een andere werknemersvertegenwoordiging.

Ten tweede geldt in de NOW-regeling niet meer dat 100% (in de NOW 2, 150% in de NOW 1) van het loon van de werknemer die wordt ontslagen om bedrijfseconomische redenen, voor de gehele subsidieperiode in mindering wordt gebracht op de subsidie. Dit betekent dat in de NOW-3 de werkgever subsidie ontvangt over de loonkosten die hij tijdens de subsidieperiode heeft zolang een werknemer in die periode daadwerkelijk in dienst is.

Belangrijk is dat de reguliere ontslagbescherming uiteraard van toepassing blijft. De gewone regels van het ontslagrecht, waaronder de preventieve toets door UWV, blijven onverkort van toepassing, en bij ontslag is de werkgever een transitievergoeding verschuldigd.

Begeleiding van werk naar werk

Een andere verandering ten opzichte van de NOW-2 is dat in de NOW 3, 4 en 5 een nieuwe inspanningsverplichting is opgenomen voor de werkgever om mee te werken aan de begeleiding naar nieuw werk van de werknemer.

Afhankelijk van de behoefte kan de dienstverlening bestaan uit scholing, instrumenten en voorzieningen. Van de werkgever mag verwacht worden dat hij zich inspant om werknemers zo snel en soepel mogelijk aan nieuw werk te helpen op het moment dat een werkgever noodsteun ontvangt en gebruik maakt van de ruimte voor loonsomdaling door werknemers te ontslaan.

Het is mogelijk dat in de regeling wordt opgenomen dat het niet voldoen aan de voorwaarde een korting van 5% op het subsidiebedrag tot gevolg heeft. Deze korting wordt toegepast als de werkgever geen contact heeft gezocht met UWV in het kader van begeleiding van werk naar werk, terwijl hij wel bedrijfseconomisch ontslag voor een werknemer aanvraagt.

De werkgever is verplicht om in het tijdvak waarin hij subsidie heeft aangevraagd contact op te nemen met het UWV via de ‘’UWV telefoon NOW’’.

Vaststelling aanvragen NOW 3, 4 en 5

Als een werkgever voor alle drie de tijdvakken subsidie heeft ontvangen, vindt de vaststelling voor alle drie de tijdvakken plaats vanaf 1 september 2021, maar moet voor iedere tijdvak een aparte aanvraag om vaststelling worden gedaan. Nadere informatie over het vaststellingsproces volgt nog.

Scholingsverplichting

Werkgevers die de NOW aanvragen, moeten hun werknemers stimuleren om aan bij- en omscholing te gaan doen. Werkgevers leggen hier bij aanvraag van NOW 3, 4 of 5 een verklaring over af.

We willen je hier ook nadrukkelijk wijzen op het gratis aanbod van de e-academy, een gezamenlijk initiatief van INretail en Thuiswinkel.org. De e-academy biedt een mooi palet aan e-learnings zoals omnichannel retail, emailmarketing, online branding, conversie optimalisatie en nog veel meer. Deze e-learnings zijn zowel geschikt voor jou als ondernemer als voor de medewerker en worden ook aangeboden aan teams.

Daarnaast kunnen medewerkers ook kosteloos gebruik maken van loopbaanadvies via werkindewinkel.nl. Naast dat het een verplichting is vanuit de NOW biedt het ontwikkelen van je medewerkers jouw als werkgever ook veel voordeel.  

Openbaarmaking

Bij het indienen van een aanvraag stem je er als werkgever mee in dat de naam en vestigingsplaats, verstrekte voorschot en de vastgestelde subsidie uit het subsidiedossier openbaar gemaakt kunnen worden.

Thijmen de Coo

Thijmen de Coo

Adviseur Ondernemersservice

Ik wil graag lid worden

Leden kunnen altijd rekenen op juridisch en zakelijk advies op maat, zij krijgen toegang tot een groot bestand aan voorbeelddocumenten en contracten, trainingen en evenementen.