Geen vraag te gek
088 973 06 00

Mijn medewerkster is zwanger, wat nu?

In de vragen hierna zullen we ingaan op verschillende aspecten zoals werk, verlof en uitkering zodat jij als werkgever ook goed geïnformeerd bent.

Zijn er zaken waar ik rekening mee moet houden op het werk?

Je zult als werkgever moeten zorgen voor een veilige en gezonde werkplek voor de zwangere medewerkster en zult daarom mogelijke gevaren moeten wegnemen. Blijkt dat niet afdoende, dan kan van je worden verlangd dat je het werk of de werktijden aanpast. In het uiterste geval zal je de medewerkster tijdelijk aangepast werk moeten aanbieden of de medewerkster moeten vrijstellen van werk. Dit laatste zal in de woonbranche en mode- schoenen- en sportdetailhandel zeer zelden voorkomen. Twijfel je over mogelijke gevaren, vraag dan advies aan de bedrijfsarts.

Rechten na de zwangerschap 

Een medewerkster die zwanger is heeft (nog tot zes maanden na de bevalling) recht op:

  • regelmatige werk- en rusttijden
  • extra pauzes (maximaal 1/8 deel van de werktijd)
  • een geschikte, afsluitbare ruimte om te kunnen rusten (met bed of rustbank)
  • geen overwerk en nachtdiensten
  • zwangerschapsonderzoek onder werktijd

Minder werken 

Als de medewerkster tijdens de zwangerschap minder uren wil gaan werken, dan heeft zij daarvoor toestemming van de werkgever nodig. Als er een medische indicatie is om minder te gaan werken, heeft de werkneemster doorgaans recht op een gedeeltelijke ziektewetuitkering door UWV. Neem hiervoor contact op met je bedrijfsarts.

Hoe zit het met de loondoorbetaling tijdens het zwangerschaps- en bevallingsverlof?

Tijdens het zwangerschapsverlof en bevallingsverlof heeft de werkneemster recht op een uitkering ter hoogte van 100% van het dagloon (tot 100% van het maximale dagloon in de Ziektewet), op grond van de Wet Arbeid en Zorg. Het UWV kan de uitkering direct aan de werknemer betalen, maar het is gebruikelijker (en praktischer) als je deze periode het gewone loon doorbetaalt en UWV de uitkering aan de werkgever betaalt.

Verlof 

De duur van dit verlof bedraagt minimaal 16 weken. De werkneemster levert tijdens dit verlof geen vakantiedagen in en de opbouw van vakantiedagen en vakantiegeld gaat gewoon door. De medewerkster kan zelf bepalen of zij het verlof de zesde, vijfde of vierde week voor de vermoedelijke bevallingsdatum laat ingaan, maar moet dit uiterlijk drie weken voor de ingangsdatum melden. Echter, als de werknemer ergens in de periode van zes weken voor de uitgerekende datum ziek wordt, gaat het verlof automatisch in, ook al had de werknemer oorspronkelijk een latere ingangsdatum gepland. Als de bevalling later plaatsvindt dan op de uitgerekende datum, kan de werkneemster toch aanspraak maken op 10, 11 of 12 weken verlof na de bevalling. Hierdoor kan het maximum van 16 weken overschreden worden. Wanneer de bevalling vóór de uitrekendatum plaatsvindt, behoudt de werkneemster toch het recht op 16 weken verlof.

De medewerkster hoeft geen schriftelijke verklaring te overleggen, maar wel de vermoedelijke bevallingsdatum communiceren in verband met planning zwangerschaps- en bevallingsverlof. 

Volgens de Wet Arbeid en Zorg worden zwangerschap en bevalling niet als ziekte gezien. Daarom telt de verlofperiode ook niet mee bij het bepalen van de 104 weken wachttijd voordat een eventuele WAO/WIA uitkering in zou kunnen gaan.

Kan een medewerkster er ook voor kiezen om het verlof gedeeltelijk op te nemen?

Sinds 1 januari 2015 kan een medewerkster de laatste periode van het bevallingsverlof in delen opnemen. Het gaat om het verlof dat overblijft na 6 weken na de datum van uw bevalling. Dit deel van het verlof kan de medewerkster gespreid opnemen over een periode van maximaal 30 weken. Dit in overleg met jou als werkgever. De medewerkster dient dit uiterlijk 3 weken na het begin van het bevallingsverlof aan te vragen bij de werkgever. Binnen 2 weken dient de werkgever op dit verzoek te reageren. Je mag het alleen weigeren als het bedrijf ernstig in de problemen komt. De totale duur van het verlof verandert hierdoor niet. Ook de uitkering en de manier van uitbetaling blijft hetzelfde. UWV betaalt de uitkering uit alsof het verlof in een aaneengesloten periode wordt opgenomen.

Heeft mijn medewerkster langer verlof omdat haar kindje in het ziekenhuis heeft gelegen?

Als het kind langer dan een week na de geboorte in het ziekenhuis heeft gelegen, kan de medewerkster langer bevallingsverlof krijgen. Dit geldt sinds 1 januari 2015.

Wat als het misgaat met de zwangerschap?

Iedereen hoopt natuurlijk op een voorspoedige bevalling en een gezond kind. Helaas loopt het ook wel eens anders af. Als het kind dood geboren wordt of overlijdt vlak voor of na de bevalling heeft de moeder gewoon recht op (tenminste) 16 weken zwangerschaps- en bevallingsverlof. Dit geldt altijd als de zwangerschap tenminste 24 weken heeft geduurd. Als er bij een kortere zwangerschapsduur een miskraam optreedt, geldt een recht op een uitkering van 100% van het (dag)loon. Het is namelijk ziekte in verband met zwangerschap en bevalling. Hoe lang men deze uitkering ontvangt is afhankelijk van de duur van de ziekte.

Kan ik een zwangere medewerkster ontslaan?

Een zwangere werkneemster geniet ontslagbescherming tijdens haar zwangerschap en tot na haar bevallingsverlof. De werkgever mag de arbeidsovereenkomst van een zwangere werkneemster niet opzeggen. Het opzegverbod geldt zowel tijdens de zwangerschap als tijdens het bevallingsverlof. Dit verlof gaat in op de dag na de bevalling en duurt zolang als het bevallingsverlof duurt. Als de werkneemster na afloop van haar bevallingsverlof weer aan het werk gaat, dan is het opzegverbod nog zes weken van toepassing. Het kan voorkomen dat de werkneemster na afloop van haar verlof nog niet is hersteld en zich ziek meldt. De termijn van zes weken waarvoor het ontslagverbod geldt, schuift dan op tot het moment dat de werkneemster zich beter meldt en weer aan de slag gaat. Tijdens de proeftijd is het wel mogelijk om een zwangere medewerkster te ontslaan mits de zwangerschap geen reden is voor ontslag. Daarnaast kan het zo zijn dat het wel mogelijk is om een vaststellingsovereenkomst te sluiten om de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden te beëindigen. Neem hiervoor contact op met de juristen van INretail.

De partner van mijn werknemer heeft een kind gekregen. Heeft mijn medewerker ook recht op verlof?

Ook de partner van de moeder heeft recht op het zogenoemde kraamverlof. De duur van dit verlof bedraagt maximaal 2 dagen, die 100% door de werkgever moeten worden doorbetaald. Daarnaast heeft de medewerker recht op 3 dagen “partnerverlof” wat onbetaald is. Het verlof moet worden opgenomen in de periode van vier weken vanaf de eerste dag dat het kind feitelijk op hetzelfde adres van de moeder woont. De werknemer moet tijdig aan de werkgever melden wanneer het kraamverlof zal worden genoten. De kraamverlofdagen mogen niet worden ingehouden op het vakantietegoed van de werknemer.

De dag van de bevalling valt overigens niet onder het kraamverlof; dit wordt aangemerkt als een persoonlijke omstandigheid waarvoor de werknemer calamiteitenverlof kan opnemen.

De medewerkster wil haar kind borstvoeding geven. Wat zijn haar rechten op het werk hiervoor?

Als de medewerkster borstvoeding geeft ben je verplicht haar 9 maanden lang daartoe de gelegenheid te geven. De werkneemster behoudt gedurende de tijd die zij nodig heeft om te kolven of borstvoeding te geven recht op haar loon, maar daarbij geldt een maximum van een kwart van de arbeidsduur per dienst. Desgevraagd moet je een rustige, afsluitbare ruimte beschikbaar stellen, waar moeder (en evt. kind) ongestoord kunnen zitten. Wanneer in het bedrijf daarvoor geen geschikte ruimte is, kan het noodzakelijk zijn de voeding elders te geven, bijvoorbeeld bij de medewerkster thuis, wanneer zij op een beperkte reisafstand woont.

Delen