Geen vraag te gek
088 973 06 00

Het dorp draagt zichzelf

De week van Jan Meerman | week 28 | 2020

De week van Jan Meerman | week 28 | 2020

Jan, je schrijft altijd over steden. Nooit over dorpen. Daar zijn toch ook winkels? Hoe ontwikkelen die zich? Welke bewegingen zie je? Wil je daar eens aandacht aan te besteden?

Eerst een misverstand weghalen. Ik kom theoretisch gezien uit een stad (Arnemuiden) en ik woon nu in een dorp (Woudenberg). De eerste heeft iets meer dan 5.000 inwoners, de tweede ruim 13.000. De stad is kleiner, dan het dorp, maar wordt stad genoemd omdat het in een verleden stadsrechten heeft gekregen. Met andere woorden: als ik zo over de ontwikkelingen van de retail in dorpen vertel, heb ik het over een landelijk gelegen plaats met een dorpskarakter zonder de allures van een stad. Mensen wonen er niet op een kluitje en er zijn geen theaters, poppodia of beursgebouwen.

Een dorp dus. Een plek op het platteland. Een plaats die door de coronacrisis misschien wel meer dan ooit in de belangstelling zal komen te staan, omdat het vrijheid, ruimte en veiligheid biedt, die door Covid-19 aan herwaardering toe is. Over zo’n plaats, Panningen in de Limburgse Peel, maakte het vakblad Textilia een half jaar geleden een prachtige reportage. De middenstand floreert er als nooit tevoren en journaliste Wilke Wittebrood ging er op zoek naar het geheim achter het retailsucces. ‘Het hart van Panningen is het langgerekte Marktplein. Op deze plek worden regelmatig evenementen georganiseerd, zoals de halfjaarlijkse modeshow. Wat opvalt, is het vele groen. Op mooie dagen leggen de winkeliers kussens op de randen van de bloembakken, zodat bezoekers in het zonnetje kunnen zitten. De belangrijkste winkelstraten zijn met elkaar verbonden door een grijze ‘loper’ voor een duidelijke routing.’

Het succes van Panningen blijkt uit een paar aardse ingrediënten te bestaan. Eén ervan is een strak georganiseerd Centrummanagement, waardoor een hechte samenwerking tot stand is gekomen tussen ondernemers, de gemeente en vastgoedpartijen. Met als Haarlemmerolie een ondernemende centrummanager die voor een bloeiende winkeliersvereniging heeft gezorgd en een gemeenschappelijke winkelvisie, waarin drie woorden leidend zijn: compact, compleet en veelzijdig.

Hierdoor heeft men niet alle winkelpanden willen vullen en geen extra winkelmeters gecreëerd, maar vooral ruimte gegeven aan lokaal ondernemerschap. Om die reden zijn filiaalbedrijven op één hand te tellen en biedt het dorp een groot en gevarieerd aanbod aan zelfstandige retailers. Van een parfumerie tot een kaaswinkel, van mannen- tot damesmode en van een juwelier tot schoenen en lingerie. Dat heeft een aantal voordelen. Inwoners van Panningen hoeven niet per se het dorp uit voor hun boodschappen en omdat er zoveel unieke lokale winkels zijn, ontstaat er warempel een omgekeerde beweging. Uit de omliggende gemeenten en de stad komen de klanten nu zelfs naar Panningen. Wat het dorp extra aantrekkelijk maakt, is de mogelijkheid om gratis te parkeren. Inmiddels heeft het Limburgse plaatsje met 7.500 inwoners een verzorgingsgebied van meer dan 42.000 mensen. Het is hét koopcentrum van de gemeente Peel en Maas geworden.

Het verhaal van Panningen staat niet op zichzelf. Veel dorpswinkelcentra in Nederland, waarin ondernemers, gemeenten en vastgoedpartijen goed met elkaar samenwerken, waren de afgelopen jaren al met een opmars bezig. Covid-19 heeft alleen voor een versnelling gezorgd. Dankzij de lockdown en ‘koop lokaal’- promoties was de omzet alweer snel terug op het niveau van voor corona. Sterker nog; op dit moment schrijven veel winkels in dorpen een plus van 110 procent. Consumenten lijken winkelen in hun eigen woonomgeving steeds meer te waarderen. Daarbij zijn collectieve openingstijden belangrijker dan ooit. Ook de groeiende populariteit van binnenlandse vakanties zal bijdragen aan nog meer succes voor de plaatselijke winkelier.

Maar de allerbelangrijkste succesfactor voor de dorpswinkel wordt bepaald door de ondernemer zelf. Die maakt de zaak. Op de winkelvloer.

Nergens anders.

PS. Wil jij ook vooruit met het winkelcentrum in jouw dorp? Neem dan contact op met (je regioadviseur van) INretail.

Jan Meerman

P.s. Dank voor alle reacties. Door alle Corona-hectiek lukt het Jan niet om iedereen persoonlijk een reactie terug te sturen. Weet wel dat alle ideeën, opmerkingen en suggesties worden gelezen en eventueel worden meegenomen.

Delen

Reacties

Bart Donderdag, 16 juli 2020
Mooi artikel
Ben Kooyman Dinsdag, 07 juli 2020
Het was net alsof je over Putten sprak. Gelukkig zijn er nog heel veel dorpen die vergelijkbaar zijn en die de nu eindelijk zich kunnen onderscheiden door hun persoonlijke aanpak zonder een overdaad aan GWB. Een centrummanager met hart voor het centrum is zeer belangrijk, maar ook enkele gedreven ondernemers, die zich concentreren op de positieve aspecten van hun centrum. Inmiddels heeft Putten subsidie vanuit de provincie, waardoor wij een centrum coördinator voor vastgoed en een kwartiermaker hebben. In Putten hebben 5 grote modeondernemers zich verenigd in Puttenmodedorp.nl om zo de toegevoegde waarde van een winkel in een dorp t.o.v. de stad breder onder de aandacht te brengen. Geen concurrenten, maar collega's! Want samenwerken is de toekomst, maar die begint nog altijd bij jezelf!
Jan Floor van Egmond Dinsdag, 07 juli 2020
Wat heb je dan misdaan dat je in Woudenberg woont? Ik woon er ook en snap dat je in je verhaal over het succes van Panningen geen vergelijk durft te maken met Woudenberg... Er ligt hier in Woudenberg nog een schone taak waar veel eer aan te behalen valt. Met al je kennis en kunde van de retail moet jij die kar toch kunnen trekken...
Rob van Woerkum Dinsdag, 07 juli 2020
Het verhaal over Panningen kan één op één ook zo gezegd worden over Bergeijk. Wij hebben nagenoeg geen leegstand en een goed functionerend Centrum management.
Bart, Veldhoven Dinsdag, 07 juli 2020
Hallo Jan, Zonder sentimenteel of melancholisch te worden, zo was het vroeger toch overal! De komst van de landelijke ketens was de heilige graal, maar is achteraf gezien de teloorgang van het Nederlands winkellandschap geworden, ingezet door de grote supermarkten. Veldhoven heeft bijvoorbeeld 4 AH supermarkten en daarnaast nog 2 Jumbo's en nog een handje vol andere. Veldhoven noemt zich een gemeente met stadse allure maar de lokale detaillist heeft het moeilijk omdat de de gemeente liever grote aansprekende namen ziet op de gevels van het hart van Veldhoven: het Citycentrum. Men heeft er het gemeentehuis en het theater ingebouwd, maar het eens na sluitingstijd van de winkels een dooie boel, hart zonder ziel. Daarom spreekt me je verhaal over Panningen zo aan, was het maar wat meer als vroeger, toen hadden we nog tijd voor een praatje.
Pieter Theelen Dinsdag, 07 juli 2020
Wie gelooft er in SPROOKJES??????????
Nicole Horsten-Lemmens Maandag, 06 juli 2020
Wat een leuk positief verhaal! ik heb een lingeriewinkel in Beek, een dorp in Limburg in de buurt van Maastricht. Ook hier in Beek zijn er veel zelfstandige winkeliers, vaak ook familiebedrijven, waar ondernemers zelf in de winkels staan en hun klanten kennen. Zeker in de afgelopen maanden hebben we heel veel diverse verhalen gehoord. Mensen komen van ver voor het aanbod, het persoonlijke contact en de service. Dit maakt ons werk ook heel leuk. We zijn open gebleven omdat veel mensen nachtmode en ondermode kwamen halen voor zieke familieleden of bekenden in verzorgings en verplegingstehuizen. De festiviteiten rondom ons 80 jarig bestaan hebben we moeten cancellen. Hopelijk kunnen we dit volgend voorjaar inhalen.

Reageer