Geen vraag te gek
088 973 06 00

Thuiskomen

De week van Jan Meerman | week 37 | 2019

 

Foto: W. Plantinga.

De week van Jan Meerman | week 37 | 2019

“Meneer wilt u een stukje appeltaart of iets te drinken?” hoor ik een stem achter mij vragen. “U ziet er nogal verhit uit”.

Ik ben in Amsterdam. Het is zes uur ’s avonds, begin juli, historisch warm. Na een wandeling via de Ceintuurbaan, de Ruysstraat, het Oosterpark en de Eerste van Swindenstraat ben ik aanbeland in de Javastraat. Midden op het trottoir, onder oranje parasols, zit een gezin aan een picknicktafel. Alsof ik een foto van Ed van der Elsken binnenloop, of een boek van Jan Wolkers. Vrijgevochten Amsterdam uit de jaren ’70.

“Kom toch zitten”, probeert de man nog een keer en schuift iets naar links om meer plaats te maken. “Ik ben Erik Vos, dit is mijn vrouw Maria en onze dochter Lola … Water, kop koffie, appeltaart?”

Ik aarzel.

“Wat aardig”, zeg ik, ”Jan Meerman, aangenaam.” Ondertussen probeer ik de setting verder in mij op te nemen. Op de etalageruit naast de tafel staat in dunne letters geschreven: Licht en meubels.

“Bent u de eigenaar van deze winkel?”, vraag ik nog steeds een beetje verbaasd, als ik op het krappe bankje ga zitten.

Erik vertelt dat hij in 2009 op 60 vierkante meter is begonnen. Hij kwam uit loondienst en wilde zijn droom waarmaken: een zaak met moderne meubels. Aangezien hij een hekel heeft aan industrieterreinen, zocht hij een plek in Amsterdam waar de huren nog betaalbaar waren. Erik: “Zonder tussenkomst van een bank zijn we aan het begin van de financiële crisis met wat spaargeld het avontuur aangegaan.”

Licht en Meubels beslaat inmiddels de huisnummers 133 tot en met 141. Amsterdammers uit alle buurten komen op de fiets naar de winkel toe voor betaalbaar Nederlands design. “Of ze waaien gewoon even aan voor een kop koffie en een stuk appeltaart”, lacht de ondernemer. “Ik klets graag en we vinden het leuk om mensen te ontmoeten. Het thuisgevoel is voor ons heel belangrijk.”

Bij de presentatie van de halfjaarcijfers van de woonbranche afgelopen week moest ik terugdenken aan de bijzondere ontmoeting met Erik, Maria en Lola. Hun kijk op het ondernemen en de winkel staat misschien wel symbool voor de trendbreuk die zich aftekent in deze sector. Want anders dan voorspeld, heeft het woonsegment het uitstekend gedaan. De gemiddelde omzet groeide met 4,6 procent en in het derde kwartaal werd in het meubelsegment zelfs een stijging van 11,3 procent gemeten. 

Als je het mij vraagt, wordt een belangrijk deel van dat verkoopsucces bepaald door het thuisgevoel van een winkel. Hans van Dijk, modeondernemer uit Waalwijk, wierp jaren geleden al eens de vraag op waarom je de winkel, een plek waar je als retailer het meest van de tijd doorbrengt, niet zou omtoveren tot een huis, een thuis. Volgens Erik Vos is het woord gezellig misschien wel het meest onderschatte woord van de Nederlandse taal.

Daarom nodigen steeds meer ondernemers hun klanten in de winkel uit om naar een voetbalwedstrijd te kijken of op een andere manier een leuke avond met elkaar te hebben.

Alsof je de klanten thuis uitnodigt.

Eén ding is zeker: Online is dit gevoel nooit te evenaren.

Jan Meerman

PS. Regelmatig plaatsen ondernemers een reactie op mijn column. Leden ontvangen altijd een persoonlijk bericht op het mailadres dat wordt ingevuld.

Delen

Reacties

Bonneterie louise Dinsdag, 10 september 2019
Wat ontzettend welkom moet je je daar voelen als klant, dat doen ze goed, compliment. (Online is dit gevoel nooit te evenaren.) daarom geloof ik in stenen winkels ,mensen hebben sociaal contact nodig , en een luisterend oor, en advies. Op mijn geboortekaartje staat het adres van ons familie bedrijf, ik heb altijd het gevoel dat mijn klanten bij mij op visite komen, en zo worden ze ook verwelkomt, het is mijn tweede huis. Dat hebben mensen nodig , aandacht en een liefdevol ontvangst .

Reageer