Geen vraag te gek
088 973 06 00

Opzegtermijn

Wil je als werkgever de arbeidsovereenkomst opzeggen? Dan moet je daarbij rekening houden met de opzegtermijn.

De wettelijke opzegtermijn bedraagt bij een arbeidsovereenkomst die op de dag van de opzegging:

  • korter dan 5 jaar heeft geduurd: 1 maand
  • 5 jaar of langer, maar korter dan 10 jaar heeft geduurd: 2 maanden
  • 5 jaar of langer, maar korter dan 15 jaar heeft geduurd: 3 maanden
  • 15 jaar of langer heeft geduurd: 4 maanden

Let op dat wellicht in een arbeidsovereenkomst (of een personeelsreglement) afwijkende opzegtermijnen zijn opgenomen. Deze kunnen dan van toepassing zijn.

Als je de overeenkomst opzegt met een ontslagvergunning van het UWV, dan mag je de duur van de UWV-procedure aftrekken van de wettelijke opzegtermijn. Er dient wel altijd minimaal 1 maand opzegtermijn te resteren.

Voor oudere werknemers die op 1 januari 1999 al in dienst waren, kan overgangsrecht gelden.

Was de medewerker op 1 januari 1999 45 jaar of ouder en gold voor hem op dat tijdstip op grond van de oude regels een langere opzegtermijn? Dan blijft hij recht houden op die termijn, zolang hij bij dezelfde werkgever in dienst blijft. Er vindt na 1 januari 1999 dus geen verdere groei van de opzegtermijn plaats op basis van de oude regels.

Kortgezegd hield de oude opzegtermijnregeling het volgende in:

  • 1 week voor elk dienstjaar vanaf de meerderjarigheid met een maximum van 13 weken;
  • en daarenboven 1 week voor elk dienstjaar vanaf het 45ste jaar van de werknemer, met een maximum van 13 weken.

Was een werknemer op 1 januari 1999 45 jaar of ouder, maar is hij pas na deze datum bij je in dienst gekomen dan gelden uiteraard alleen de nieuwe regels omtrent opzegtermijnen.

Delen